Madrigalen

Madrigalen zijn meerstemmige wereldlijke liederen en zijn ontstaan in de 14e eeuw in Italië. Ze waren vooral populair in de Renaissance, meestal voor drie tot zes stemmen en vrijwel altijd zonder begeleiding. Kerkelijke meerstemmige liederen uit dezelfde periode zijn motetten

Een kenmerk van madrigalen is dat zij niet alleen meerstemmig maar ook polyfoon zijn: er is geen onderscheid tussen een hoofdstem en begeleidende stemmen. Elke stem is even belangrijk. Motieven worden van stem tot stem doorgegeven, gevarieerd en vervlochten tot één klinkend geheel.

In het Engeland van Shakespeare (rond 1600) bereikte de madrigaalkunst haar hoogtepunt. Er ontstond een hele madrigaalschool rond componisten als Thomas Morley, Thomas Weelkes en John Wilbye, die bij elkaar honderden madrigalen schreven. Zij werden gezongen in de huiselijke kring, in de kroeg maar ook in het theater.

Beroemde Italiaanse componisten van dit genre zijn Orlando di Lasso, Gesualdo en Monteverdi.